153. Wat ons mensen menselijk maakt

I.
Citizen Kane was het regiedebuut van Orson Welles¹. Een meesterwerk. Zijn tweede film werd The Magnificent Ambersons, naar de veelgeprezen roman van Booth Tarkington. Het verhaal volgt de opkomst en ondergang van de aristocratische familie Amberson.
Welles kreeg een megabudget voor wat meesterwerk nummer twee moest worden, maar tijdens de eerste vertoningen sabelde het publiek de film neer. De studio greep in om een mogelijk desastreuze flop te voorkomen. Het mes ging erin: scènes werden opnieuw geschoten en geschrapt, het einde werd veranderd en van de 131 minuten film bleven er 88 over.
“Ze hebben Ambersons verwoest en de film zelf verwoestte mij”, zou Welles later zeggen. “Het was een betere film dan Kane als ze het hadden gelaten zoals het was.” Er kwam nooit een director’s cut. Waarschijnlijk is de originele filmrol verwoest — hij is in elk geval nooit boven water gekomen.
Nu las ik een prikkelend artikel in The New Yorker over een nieuwe poging om de originele film te herstellen. Met hulp van — slik — AI. De Britse ondernemer Edward Saatchi wil de missende 43 minuten van de film herstellen aan de hand van bewaarde scripts, foto’s en aantekeningen. Acteurs moeten geschrapte scènes opnieuw inspelen, daarna worden de beelden bedekt met namaaklichamen van de (overleden) acteurs en worden hun gedigitaliseerde stemmen erin geplakt.
Saatchi zegt op die manier te willen goedmaken wat de filmwereld Welles en Ambersons heeft aangedaan. Tegelijkertijd voelt het als een gigantische marketingstunt om zijn nieuwe AI-techniek in de filmwereld door te drukken. De meningen over het project schieten dan ook alle kanten op.
Ik weet ook niet wat ik ervan moet vinden. Het is op zijn minst een mooi nieuw hoofdstuk in het mysterie dat al ruim tachtig jaar rond deze film hangt. Daarnaast valt een mooie vergelijking te maken met dit megalomane project en de reden dat de Ambersons in de film ten onder gaan. Ze rijden liever in koetsen in plaats van auto’s. Ze klampen zich vast aan het verleden en omarmen de toekomst niet². Saatchi schaart zichzelf aan de kant van de overblijvers. De voorlopers.
Het artikel zorgde er in elk geval voor dat ik The Magnificent Ambersons heb gekeken. De potentie spat er vanaf. Er zitten waanzinnige kraanshots en longtakes in en Welles experimenteert met nieuwe manieren om dialogen te filmen en schaduwwerk vast te leggen. Het talent van de jonge regisseur druipt onmiskenbaar door de kieren van dit kapotgeknipte auto-ongeluk heen.
II.
Aan het einde van de Odyssee, in de hervertelling van Stephen Fry, steekt de Britse auteur een betoog af over kunstmatige intelligentie. Het gaat over wat ons menselijk maakt en hoe de Griekse mythen ons een spiegel voorhouden.
Hij schrijft: “In een wereld waarin al ons handelen in het teken staat van absolute data en informatie - in zekere zin zíjn data en informatie de goden van onze wereld — moeten we naar mijn stellige overtuiging toch oog blijven houden voor de kracht van het niet-absolute, de kracht dus van mythen, verhalen, ceremonies, rituele en symbolen. Ik zie mezelf in duizend gedaanten terug in de mythen van de oude Grieken: als zot, kluns, minnaar, schurk en — heel af en toe — held. Ik heb mezelf nooit herkend in nullen en enen en digitale datasets.”
Fry vergelijkt de opkomst van (generatieve) AI met het verhaal van Prometheus. De titaan stal het vuur van de goden en schonk het aan de mens, tot afgrijzen van Zeus. Want vuur is een technologische aanjager, schrijft Fry, de goddelijke vonk. “Als mensen over vuur beschikken, dacht Zeus, hebben ze geen goden meer nodig om te aanbidden en gehoorzamen.” Fry ziet in AI ook zo’n goddelijke vonk die van de mensheid een mythische herinnering kan maken.
Dat is nogal wat. Lichtelijk overdreven misschien ook. Maar ik moest er wel aan denken toen ik deze week een interview las met regisseur Gore Verbinski (je kent hem van de eerste The Pirates of the Caribbean-films). Hij brengt na tien jaar weer eens een film uit, Good Luck, Have Fun, Don’t Die, die gaat over de existentiële dreiging van AI.
Verbinski zegt in een interview met The Hollywood Reporter ongeveer hetzelfde als Fry, maar dan op een meer gegronde manier waar ik het helemaal mee eens ben. “Waarom helpt AI me met het schrijven van een lied of het vertellen van een verhaal? Ik wil niet dat het voor mij ademt of neukt; ik wil dat het kanker oplost. Stuur wat van die troep door een zwart gat, laat het iets doen wat wij niet kunnen. Laat het een greppel graven; doe iets wat wij niet wíllen doen. Waarom komt AI achter de essentiële dingen aan die ons mens maken?”
PS.
Geese was op bezoek bij NPR voor een Tiny Desk Concert. Natuurlijk komt die video dan in mijn blog. “Is this a ticketed thing?”, grapt Cameron Winter. “I thought it was only NPR-staffers here. And friends. NPR-staffers don’t have this many friends.”
Schrijver Cees Nooteboom overleed op 92-jarige leeftijd. Hij werd mooi geportretteerd door Thomas Heerma van Voss in zijn boek De prullenmand heeft veel plezier aan mij. De tekst van waarschijnlijk het allerlaatste interview met Nooteboom staat ook online. Op het eind zegt de grote auteur: “Ik heb mij gegeven.”
Anderhalf jaar geleden deelde ik op mijn blog een video van Cabel Sasser. Hij vertelt dat hij in Washington een McDonalds binnen stapt en daar een muurschildering treft die hem zowat van zijn sokken blaast. In de video vertelt hij over de zoektocht naar de onbekende kunstenaar achter het werk. Dat is een geweldige video. Op de blog van Sasser staat nu het volledige verhaal. (En kijk de video! Die is fan-tas-tisch!)
Over een paar weken komt War Child met een liefdadigheidsalbum om aandacht te vragen voor kinderen in oorlogsgebieden. Verschillende bands en artiesten schrijven exclusieve nummers voor het album. Zo verscheen al een nieuw nummer van Arctic Monkeys en ook Cameron Winter levert een liedje. Deze week kwam een nummer uit waarop Damon Albarn, Grian Chatten en Kae Tempest samenwerken.
Nicolas Cage speelt Spider-Man in de nieuwe live-action serie Spider-Noir en ik ben er helemaal klaar voor.
Binnenkort verschijnt de allereerste Nederlandse vertaling van David Foster Wallaces Infinite Jest. Ik heb me er nooit aan durven wagen (wie wel?), maar heb eigenlijk wel zin om er nu in te duiken. De vertaling van Robbert-Jan Henkes die bij Koppernik verschijnt heet Eindeloos Vertier (1.176 pagina’s).
Je las blog №153, geschreven in de week van 9 tot en met 15 februari 2026. Abonneer je op mijn nieuwsbrief en je ontvangt ‘m elke zondag gratis in je mailbox.
