156. Straks is alles weer veranderd

Shinjuku at Night (1945), Maekawa Senpan

I.

Wim Wenders en Tokio is een topcombinatie. Dat zagen we in zijn film Perfect Days. In de jaren tachtig reisde Wenders ook al naar Japan. Als liefhebber van de films van Yasujirō Ozu ging hij op zoek naar sporen en beelden die de regisseur had achtergelaten. Wenders maakte de documentaire Tokyo-Ga: half reisverslag, half liefdesbrief aan Ozu. Prachtige film.

Na het zien van Tokyo-Ga (ik had ‘m opgezet uit heimwee naar de stad) besloot ik eindelijk eens iets van Ozu te kijken. Het werd Tokyo Story, over een ouder echtpaar dat naar Tokio reist om hun kinderen te bezoeken. Eenmaal aangekomen blijken de kinderen nauwelijks tijd te hebben om het bezoek van hun ouders in hun drukke levens te plannen.

De film neemt de tijd om de familie te portretteren. Ozu neemt alle rust om het verhaal te vertellen. Daardoor lijkt Tokyo Story soms te kabbelen, maar op de achtergrond spelen allerlei thema’s. Spijt, eindigheid, het belang van familie en genieten van de kleine dingen in het leven (je snapt meteen waar Wenders de mosterd haalde voor Perfect Days). Ozu legt de boodschap er trouwens vrij dik bovenop. Desondanks greep het me bij de keel.

In Tokyo-Ga spreekt Wenders met de vaste cameraman van Ozu. Schitterend interview, de liefde spat eraf. Ozu filmde altijd met een 50mm-lens, waarmee hij letterlijk en figuurlijk dichtbij zijn personages komt. In Tokyo Story zag ik hoe Ozu niet het wijde beeld zoekt, maar juist diepte in kaders creëert. Je kijkt veel door ramen en deuren, zodat je het beeld ín kijkt, zoals een kijkdoos.

Wenders bezoekt oud-collega’s van Ozu en ziet hoe Tokio in de decennia na de dood van Ozu is veranderd. De Amerikaanse cultuur heeft voet aan Japanse grond gekregen, om maar iets te noemen. We zien leren jasjes, vetkuiven, rock’n’roll, honkbal.

Werner Herzog duikt nog even het beeld in. Hij verzucht in een onnavolgbare rant dat je in de eindeloos bebouwde stad Tokio¹ wel erg goed moet zoeken naar beelden die onze innerlijke aard weerspiegelen. Tokio verandert en zijn inwoners ook. Dat zie je bijvoorbeeld aan de pachinko-speelhallen waar mensen uren doorbrengen.

“Dit spel verscheen voor het eerst na de laatste oorlog”, vertelt Wenders. “Toen het Japanse volk een nationaal trauma te verwerken had. Dit spel werkt als een soort hypnose. Een vreemd geluksgevoel. Winnen is niet zo belangrijk, maar de tijd gaat voorbij. Je verliest een tijdje het contact met jezelf en versmelt met de machine.”²

Toch is Wenders het niet helemaal eens met zijn vriend Herzog. De beelden die hij zoekt, zijn juist alleen in de chaos van de stad te vinden. “Ondanks alles kon ik niet anders dan onder de indruk zijn van Tokio”, zegt hij. De vergankelijkheid van alles³ spreekt hem juist zo aan. Daarom legt hij de stad vast, want straks is alles weer veranderd.

II.

Harold Halibut is een bijzondere game die eruitziet als een stop-motion poppenfilm. Het gaat over een groep mensen aan boord van ruimteschip FEDORA I, dat de aarde is ontvlucht toen een oorlog dreigde. In hun zoektocht naar een nieuwe bewoonbare planeet zijn de bewoners van het schip terechtgekomen (en gezonken) op een waterwereld. Ze overleven nu al generaties lang onder water.

Je speelt met Harold, een assistent van de hoofdwetenschapper van FEDORA I. Samen met haar zoek je naar een manier om het gezonken schip te ontvluchten om verder te zoeken naar een nieuw thuis. Dat verhaal doorloop je aan de hand van eindeloze gesprekken met allerlei kleurrijke figuren aan boord. Als speler loop je veel (dezelfde stukken) en zit je vaak te kijken naar dialoog. Er is héél veel dialoog.

Wat dat betreft is Harold Halibut stiekem meer een interactieve film. En daarvan spreekt vooral de stijl van het droogkomische, retrofuturistische verhaal me aan. Die stijl lijkt op een kruising van Anomalisa en de stop-motion-films van Wes Anderson. De personages zien eruit alsof ze uit de 3D-printer komen — je ziet de verfstrepen en barstjes op hun gezichten. De omgevingen zijn handgemaakte diorama’s. Kudos voor de uitwerking.

De game pakt zijn momenten om het gevoel van verwondering of mysterie over te brengen. Op een gegeven moment zit je in een soort duikboot en vaar je door een grottenstelsel met neonkleurige planten. Er begint een funky gitaar te spelen en een Duitse stem klinkt: “Es wird warten auf den Mann / Es wird fragen, wann, endlich wann / Wird er da sein?”

Het lied heet Im 80. Stockwerk en is ruim vijftig jaar geleden opgenomen door de Duitse actrice en zangeres Hildegard Knef. Geen idee. Ik werp online een blik op haar biografie. Ze werd een tijdje gezien als de nieuwe Marlene Dietrich en speelde in Amerikaanse films, tot haar oorlogsverleden opdook en Hollywood haar niet meer belde. Als tiener speelde Knef in nazi-propagandafilms. Daardoor kwam ze uiteindelijk terecht in een Russisch strafkamp, waaruit ze wist te ontsnappen.

Ze besloot in de jaren zestig te gaan zingen en nam in 1970 het album Knef op. Ik moet zeggen, die heb ik deze week best een paar keer gedraaid, nadat ik Harold Halibut had uitgespeeld.

PS.

Hier een tourverslag van Geese in videovorm. In homevideo-achtige vorm. Doet me denken aan de videoverslagjes van Christopher Owens (Girls) van jaren geleden. Het leukste moment uit deze Geese-video is hoe Cameron Winter de fans beschrijft die hij eerder op de dag ontmoette.

In dit uitstekende artikel van Aftermath wordt glashelder uitgelegd hoe de gamejournalistiek langzaam naar de knoppen wordt geholpen, doordat domeinnamen worden opgekocht en volgeplempt met casino- en AI-troep. In Nederland werden onder meer PU en Playsense daar slachtoffer van.

Het benefietalbum HELP(2) is verschenen. Op initiatief van War Child namen enkele van de grootste artiesten van dit moment liedjes op, om geld te verzamelen voor het goede doel. Zo hoor je onder meer Fontaines D.C., Cameron Winter, Arctic Monkeys, Bat For Lashes, The Last Dinner Party en Olivia Rodrigo. Geslaagde bundeling! Bij de Volkskrant lees je meer over de geschiedenis van het HELP-initiatief.

De Nederlandse sloten verdwijnen, blijkt uit onderzoek van de Volkskrant. Boeren gooien de sloten (vaak illegaal) dicht, met alle gevolgen van dien. “Met het dempen is ook een groot aantal dieren levend begraven”, zegt een ecoloog in het stuk, “zoals modderkruipers en poelkikkers.”

Hele vette cover van I Wanna Be Adored door Turnstile.

Je las blog №156, geschreven in de week van 2 tot en met 8 maart 2026. Abonneer je op mijn nieuwsbrief en je ontvangt ‘m elke zondag gratis in je mailbox.