163. De paden op, de tuinen in

I.
De NS-wandeling is iets geweldigs. Je begint bij het ene treinstation, volgt de roodgele vlaggetjes door een mooi natuurgebied en je eindigt bij een ander station. Zo stapte ik zaterdagochtend vroeg uit bij Culemborg en liep ik door bossen en weilanden naar Beesd.
Online zie ik de route niet staan in de toplijstjes van NS-wandelingen, maar ik heb 14,5 kilometer lang genoten. Het helpt dat het lente is, dat overal geel raapzaad in bloei staat en dat in elke sloot een treintje kuikens zwemt. Ook de koekoek is weer in het land. Zijn roep volgde me kilometers lang. Je weet nooit of een koekoek dichtbij of ver weg is. Hij laat zich niet gauw zien.
Andere vogels wel. Het roodborstje, de pimpelmees, de tjiftjaf en de zwartkop. Als je ze niet ziet, dan hoor je ze wel. De beginnende vogelspotter (ik) leunt daarvoor dankbaar op de app Merlin, die meeluistert en herkent. Ik heb niet het geduld om naar boomtoppen te turen. In een open veld spot ik een kievit. Onmisbaar, de kuif verraadt ‘m. De grote bonte specht laat zich een paar keer zien; zwart-wit met felrode tinten.
Het enige nadeel van de NS-wandeling is dat je met de trein terug moet. Bij station Beesd zie ik dat er treinen uitvallen, vanwege een defect. Ik pak een buurtbusje dat naar een volgend station rijdt. Ik kom door dorpen als Enspijk en Deil waar hele straten vol hangen met oranje vlaggen. Waar zie je dit nog? Men is hier klaar voor Koningsdag. Daarna kunnen ze de vlaggetjes tot het WK laten hangen.
De buurtbus wordt bestuurd door een man van ver boven de pensioenleeftijd. Hij trapt ‘m vol op de staart en steekt onderweg zijn hand op naar mensen die hij net niet van de weg rijdt. Het busje vliegt zo hard de drempels over dat ik loskom uit mijn stoel. Aangekomen bij station Geldermalsen pak ik alsnog de trein naar Utrecht. Omdat het druk is, moet ik staan.



II.
Als je het komiek Zach Galifianakis vraagt, is de toekomst agrarisch. Hij zegt het in elke aflevering van zijn nieuwe Netflix-serie This Is a Gardening Show. Galifianakis heeft een passie voor het verbouwen van eigen voedsel.
De serie is bijzonder charmant. Met zes afleveringen van een kwartier per stuk ben je er in een avondje doorheen. De opzet is steeds ongeveer gelijk: Galifianakis ontmoet een aantal kinderen om hun kennis over het onderwerp van de aflevering te toetsen en daarna gaat hij op pad met deskundigen voor het informatieve blokje.
Je steekt er best wat van op. In de eerste aflevering zie je hoe appelbomen worden gekweekt door een tak van een bestaande appelboom af te snijden en die op een andere stam te plakken. “Alsof ik jouw hoofd zou afhakken en die op mijn lichaam zou zetten”, is de uitleg.
Galifianakis houdt zijn gesprekken luchtig met plaagstootjes en grappen. In die rol, die je kent uit Between Two Ferns, is hij op zijn best. “Jullie hadden de zoektocht naar Bin Laden moeten leiden”, zegt hij tegen twee Franse wildplukkers met wie hij in een bos naar eetbare paddenstoelen speurt. Met een kind van vijf raakt hij verwikkeld in een steeds absurder gesprek, als het jongetje beweert elf kinderen te hebben. En de vloekende maisboer in de een-na-laatste aflevering is een verhaal op zich.
Galifianakis weet de kijker in deze zeer toegankelijke vorm te enthousiasmeren voor tuinieren (beweer ik als iemand zonder groene vingers). Het helpt dat de serie mooi gefilmd en ingekleurd is. De bladeren van de gewassen lijken droomachtig te blinken.
PS.
Schrijver Colson Whitehead over AI: “It really makes those midnight chats with the love bot sort of bittersweet to know that the orgasms are measured in metric tons of melted glacier. Do you realize how much water and power it’d take to replicate the average writer’s narcissism, self-loathing and despair? It’d drain the Indian Ocean. You could light up Times Square for a year. We can’t afford it.”
In mijn wekelijkse blog op NU.nl schreef ik ook over AI. Niet schrikken, mijn foto staat er voortaan levensgroot boven. Ik ben niet anti-AI — alsjeblieft, schrijf de ruwe tekst van mijn opgenomen interviews uit — maar wel als we lijdzaam gaan staan toekijken hoe ons denkvermogen wordt weggevreten.
Is het eigenlijk oké om vijf jaar nadat een bericht online is gezet, daar nog op te reageren? Dat vraagt blogger David Friedman zich af, die het toch maar besluit te doen.
Er is eindelijk een trailer voor Coyote vs. ACME. De achtergrond van deze film is best boeiend. In 1990 schreef Ian Frazier een verhaal in The New Yorker over een verzonnen rechtszaak van Wile E. Coyote tegen ACME. Jaren later waren er plannen om van het artikel een film te maken. Daarbij betrokken: James Gunn en Will Forte. Vervolgens stopt Warner Bros de film in de ijskast om ‘m van de belasting af te schrijven. Nu zijn de rechten door Ketchup Entertainment gekocht en komt de film er alsnog.
Je las blog №163, geschreven in de week van 20 tot en met 26 april 2026. Abonneer je op mijn nieuwsbrief en je ontvangt ‘m elke zondag gratis in je mailbox.
