171. Denken aan voetbal, denken aan vroeger

Parc des Princes (Les grands footballeurs) (1952), Nicolas De Staël

I.

Als kind is het magisch om een EK of WK te beleven. Het cynisme is nog niet ingedaald en de wereld lijkt nog groot. Je ziet vlaggen die je niet kende en spelers van wie je nog nooit hebt gehoord. Als Nederland in de avond speelt, mag je later opblijven. Iedereen op school is voor hetzelfde elftal, ongeacht voor welke club je in de competitie bent. Op het schoolplein roep je welke speler jij ‘bent’ terwijl je met z’n allen achter een tennisbal aan rent.

Nu had ik geluk dat Oranje tijdens de toernooien uit mijn jeugd bestond uit voetballers zoals Patrick Kluivert, Edwin van de Sar, Philip Cocu, Clarence Seedorf, Edgar Davids, Jaap Stam en Boudewijn Zenden. Zulke namen worden legendarisch. Je kon hun gezichten sparen op speciale munten, het verzamelmapje moet ik nog ergens hebben liggen.

Dat gevoel uit je kindertijd probeert de game Despelote te vangen. Het spel draait om de herinneringen van de achtjarige JuliĂĄn uit Ecuador. Je speelt het verhaal vanuit zijn ogen. Het is 2001 en Ecuador is in de race om voor het eerst ooit te kwalificeren voor een WK. Dus: voetbalgekte in het land.

Terwijl je door de virtuele wereld loopt, zie je op tv’s in de winkels echte opnames van de wedstrijden — altijd in korrelige tweekleurenbeelden zoals de rest van het spel. Ondertussen loop je constant met een bal aan je voeten. Zo niet, dan zit je thuis achter je spelcomputer om een FIFA-achtig voetbalspelletje te spelen, terwijl je vader drie keer roept dat het eten klaar is.

Dat vind ik mooi aan Despelote. Het spel nodigt je constant uit om regels te breken en om daaraan toe te geven. Je moeder waarschuwt: ga niet naar buiten, want dan worden je kleren vies en we moeten zo naar een bruiloft. Maar je vriendjes zijn aan het voetballen en je gaat toch. Op een ander moment loop je met een bal door de straten en probeer je een flesje van de muur te trappen terwijl een man op zijn balkon staat te schreeuwen. Niet dat je er in het verhaal iets mee opschiet, maar dat is gewoon wat je als kind doet.

Volwassenen moeten niet zoveel van je hebben. Ga eens weg met die bal, roepen ze dan. Gek worden ze van de spelende kinderen. Als je oplet hoor je hen onderling praten over allerlei Ecuadoriaanse zaken. Bijvoorbeeld over films, muziek en de politieke situatie in die tijd. Als kind (en als speler) gaat het allemaal een beetje langs je heen. Voor jou telt vooral het trappen tegen een bal.

Despelote is gebaseerd op jeugdherinneringen van een van de ontwikkelaars: JuliĂĄn Cordero. Waarschijnlijk voelt het daardoor, ondanks de vage stijl van het spel, zo realistisch. Ik vond het knap gedaan. Despelote is als een speelbare arthousefilm die aanzet om terug te denken aan je eigen jeugd.

II.

Toy Story 5 heeft het weer voor elkaar. De film wrong me emotioneel uit als een natte vaatdoek boven de gootsteen. Mijn vriendin kan ook niet stoppen met opsommen bij welke momenten ze precies vochtige ogen kreeg.

In de Toy Story-films zijn de hoofdrollen weggelegd voor speelgoedpersonages, maar de serie werkt goed omdat de verhalen gaan over heel menselijke dingen. Het speelgoed wil gezien en geliefd worden en vooral niet in de vergetelheid raken. Niet voor niets is het liedje You’ve Got a Friend in Me zo onlosmakelijk aan de franchise verbonden.

Meestal krijgen de poppen in Toy Story te maken met nieuw speelgoed, waardoor de rest overbodig dreigt te raken. In het vijfde deel is het anders, want er wordt ĂŒberhaupt niet meer gespeeld. Kinderen kijken alleen nog maar naar schermen. Ik schreef er deze week over in mijn blog op NU.nl.

Toy Story 5 is voor kinderen waarschijnlijk een leuke avonturenfilm, maar ik zou vooral ouders op het hart drukken om er naartoe te gaan. Zij krijgen recht voor hun raap en met humor te zien hoe snel verslavende apps de fantasie van kinderen kunnen uitfaseren. En ook hoe ze kinderen kunnen ondersteunen om wél goed met technologie om te gaan. Dat doet Pixar namelijk goed: uiteindelijk zijn niet alle apparaten inherent slecht.

PS.

Niet lang geleden verdwenen de blogs van Tom Willems plotseling van het internet. Duizenden berichten (vooral over Bob Dylan) foetsie. Hij moest ze gedwongen verwijderen, zoveel is duidelijk, maar ik heb geen idee waarom precies. Nu ben ik blij dat Willems zich niet laat ontmoedigen en dat hij terug is met Bob Dylan in Nederland 2.0. Niemand in Dylan die zo lekker persoonlijk en diepgravend over onze Bob kan mijmeren als Tom Willems.

Donald Trump was jarig. 80 jaar. Voor The New York Times is dat een haakje om aan oude Amerikanen te vragen hoe het is om 80 (of ouder) te zijn. Bob Dylan is een van de mensen die op die vraag reflecteert. In het werk van Dylan speelt tijd altijd een belangrijke rol. “When you’re young you think that time moves forward”, zegt hij tegen The New York Times. “At 80 you know that it doesn’t; it stands still. We’re the ones that move.”

Ik kwam op YouTube deze korte animatiefilm tegen van Emiel Stevenhagen. Lekker absurde cartoon met knipogen naar de tekenfilms van vroeger.

Voor de wedstrijd tegen Zweden liet Gerard van Nieuwenhuizen me zijn nieuwste blogartikel lezen. Hij schreef alvast een parodiërende gids over de nog te verschijnen game GTA VI. Aan de hand van screenshots laat Gerard je zien waar je waarschijnlijk duiven kunt vinden in het spel. Ik moest lachen.

Meer voetbal: best wel genieten, deze analyse van Pep Guardiola over het geniale spel van Lionel Messi.

Het nieuwe album van The Veils is uit. Die ga ik de komende week lekker vaak draaien.

Je las blog №171, geschreven in de week van 15 tot en met 21 juni 2026. Abonneer je op mijn nieuwsbrief en je ontvangt ‘m elke zondag gratis in je mailbox.