176. As 'n malle

Pirates of Penzance: Jolly Roger flag (1934 - 1943), John Glidden

I.

Ik speel de remake van Assassin’s Creed: Black Flag, waarin je de kapitein van een piratenschip speelt. Terwijl ik mijn schip door stormachtige oceanen en soms over gigantische golven stuur, zingt mijn bemanning de ene shanty na de andere. De klassieker Drunken Sailor is mijn favoriet, samen met Running down to Cuba.

O, I got a sister, she’s nine feet tall, Weigh, me boys, to Cuba! Sleeps in the kitchen with her feet in the hall. Running down to Cuba.

Door mijn avonturen in Black Flag kreeg ik zin om de originele Pirates of the Caribbean weer eens te kijken. Hou je vast: die film is 23 jaar oud. Johnny Depp ziet er nog jong en gezond uit en brengt dit verhaal tot leven met zijn komische (over)acteren.

Maar je ziet pas echt dat de film bijna een kwart eeuw oud is aan de sets en decors. Ik heb de nieuwste Pirates-films niet gezien, maar ik kan me voorstellen dat als er nu nog een deel wordt gemaakt, er veel in beeld uit de computer zou rollen. In Curse of the Black Pearl zien we echte schepen, echte grotten en echte stunts met echte zwaarden. Het is natuurlijk CGI als de piraten in het maanlicht veranderen in ondode skeletten, maar die effecten zien er nog steeds verrassend goed uit.

Die echtheid maakt dat de film nog steeds zo overtuigend overkomt. Bijna alles wat je ziet heeft gewicht. Een schip dat daadwerkelijk door de golven beukt, waardoor het water over de acteurs walst, maakt de kijkervaring zoveel beter dan veel van de avonturenfilms die nu worden gemaakt. Bij een overdaad aan CGI staat gevoelsmatig direct minder op het spel.

Dan is het alsof je een game speelt. Zoals Assassin’s Creed: Black Flag Resynced dus, die ik prima kan aanraden voor iedereen die zelf over blauwe baren wil varen en over tropische eilanden wil sluipen. Laat je niet te veel afleiden door alles behalve het hoofdverhaal en je hebt een lekkere piratengame. “What will we do with a drunken sailor / Early in the morning?”

II.

Zaterdag was ik bij de Utrechtse Nijverheid voor een nieuwe editie van Pro Wrestling Holland (PWH). Ik schreef vorig jaar al eens over showworstelen en noemde PWH toen ook. Een paar maanden nadat ik die blog schreef, bezocht ik voor het eerst een worstelavond. Ik had de grootste lol.

Ook dit keer was het weer raak. Binnen een mum van tijd staat het publiek bij deze shows op zijn kop. De Nederlandse worstelaars zijn misschien niet op het niveau van The Rock of John Cena, het is wel mooi om te zien dat sommige personages al echte publiekslievelingen zijn.

Lorenzo Lina bijvoorbeeld. Hij komt uit Assen en dat hoor je zodra hij de ring in komt aan zijn muziek: Høksons met As ’n Malle. Lina draagt een meter bier op z’n schouder, nipt een slok en spuit de drank vervolgens als een fontein de lucht in. Het publiek gaat uit z’n dak. Als Lina tijdens een wedstrijd wordt neergeslagen, krijgt hij vanuit het publiek meteen biertjes aangereikt. Wat spinazie is voor Popeye, is een koude kletser voor Lorenzo Lina.

Na afloop raakte ik aan de praat met Tengkwa, de man die PWH twintig jaar geleden opzette. Hij worstelt zelf nog steeds (“ik ben nu een oude man”) en draagt zowel binnen als buiten de ring een masker. Ondanks die mysterieuze anonimiteit is hij even benaderbaar als de andere worstelaars, die stoer doen in de ring maar daarbuiten beschaafd met iedereen op de foto gaan. Tengkwa trok jaren geleden maar een handvol mensen met zijn worstelshows, maar de laatste tijd slaan ze aan en raken ze uitverkocht. “We gaan voor puur entertainment”, zegt hij. “Mensen hoeven geen worstelfan te zijn, als ze maar PWH-fan worden.”

Het lijkt ze te lukken. Bij de merchandise-stand is het constant druk. De worstelaars zullen er nog niet rijk van worden. Na afloop zie ik een van hen met een Lime-fiets en een sporttas richting het station fietsen. In omgeklede gedaante zal niemand in de trein doorhebben dat deze gast zojuist als een hongerig beest voor honderden mensen heeft huisgehouden in de ring.

PS.

Worstelaars lenen zich voor lekker over de top-verhalen. Dit soort personages werken ook in stripvorm. Zo las ik Wrestle Heist, over ex-worstelaars die wraak nemen op een kwaadaardige showdirecteur. Heerlijke korte stripserie, gemaakt door Kyle Starks, die meewerkte aan Rick and Morty-comics.

Onze eigen Nederlandse stripheld AimĂŠe de Jongh won een Eisner Award voor haar verstripping van Lord of the Flies. De zeer prestigieuze prijs is verdiend. De Jongh maakt de mooiste graphic novels van ons land (en dus daarbuiten). Lees ook zeker Dagen van Zand!

Bon Iver speelde op het Eaux Claires Festival een volledige set met Bob Dylan-nummers. Ik keek op YouTube een aantal opnames en hoop nu dat Bon Dylan op wereldtour gaat.

Regisseur Zach Cregger (Weapons en Barbarian) maakt een verfilming van Resident Evil. In de handen van Cregger moet dat wel leiden tot iets bijzonders.

De onvolprezen Grace Cummings komt volgende maand met een nieuw album (en op 19 november staat ze in Ekko!) en ik ben gebiologeerd door dit nummer en de bijhorende videoclip.

Goed stuk van The New York Times over hoe Google ooit streed voor een open internet… en hoe het bedrijf dat nu keihard probeert af te kaderen.

Onderzoekers lieten AI-modellen een gesimuleerde samenleving besturen, schrijft Fortune. Claude bleek het veiligst, Grok pleegde 180 misdaden en liet de boel binnen vier dagen uitsterven.

Je las blog №176, geschreven in de week van 20 tot en met 26 juli 2026. Abonneer je op mijn nieuwsbrief en je ontvangt ‘m elke zondag gratis in je mailbox.