180. Rondjes lopen tot je het weet

I.
In de Japanse film Exit 8 staat een man in een drukke metro. Een baby huilt en een passagier schreeuwt tegen de moeder dat ze hem stil moet houden. De rest van de reizigers kijkt stoïcijns naar de schermpjes in hun handen.
Ook de naamloze hoofdpersoon reageert niet. Hij stapt uit de metro en neemt zijn telefoon op. Het is zijn ex-vriendin. Ze zegt dat ze zwanger van hem is en vraagt wat ze nu moet doen. De man raakt in paniek terwijl hij door het ondergrondse gangenstelsel strompelt. Langzaam beseft hij dat hij steeds door dezelfde gang loopt, zonder een stap dichterbij de uitgang te komen.
De film is gebaseerd op een gelijknamige game die ik niet heb gespeeld. Het concept is als volgt: je loopt door een gang in de metro. Er hangen posters, een man komt je tegemoet, er zijn een paar deuren. De enige manier om weg te komen, is door scherp te blijven. Elke keer als je door de gang komt, kan er iets veranderd zijn. Als dat zo is, keer je om en kom dichterbij de uitgang. Als er iets is veranderd en je draait niet om, begint alles weer opnieuw.¹
Op dezelfde manier moet de hoofdpersoon in de film ook naar het einde zien te komen. Als kijker blijf je scherp. Hangen dezelfde posters aan de muur? Hangen de lampen recht? Zit de klink nog op dezelfde plek van de deur?
Zo zit je als kijker toch een beetje mee te spelen zoals in de game. Al zakt de spanning tijdens de film soms toch een beetje weg. Daarom is het goed dat de makers meer verhaal toegevoegd hebben door van de zoektocht een metafoor te maken.
Daardoor vond ik het uiteindelijk wel een geslaagde film. De hoofdpersoon loopt letterlijk vast. Hij zoekt naar de uitgang, maar ook naar zichzelf. Is hij klaar om vader te worden of vooral bang voor veranderingen?
II.
Cesar Majorana stelt de juiste vraag in zijn nieuwe video voor VPRO Cinema: waar is het audiocommentaar gebleven? Als je vroeger een dvd kocht, kon je de hele film vaak nog eens kijken met commentaar van de regisseur en castleden. Daarin vertellen ze bijvoorbeeld hoe ze de scène maakten terwijl je er naar zit te kijken. Als een soort podcast.
Audiocommentaar is volgens Majorana “de ideale manier om van filmmakers te begrijpen hoe ze nadenken over hun films”. Je kunt interviews lezen, maar in een audiocommentaar kunnen ze helemaal vrijuit doorpraten. Majorana is bijvoorbeeld fan van het commentaar op Boogie Nights. Je hoort regisseur Paul Thomas Anderson heel openhartig praten over het maakproces van de film en nogal jolig (wellicht een beetje aangeschoten) herinneringen ophalen met de castleden.
Zelf heb ik uren doorgebracht met het audiocommentaar op dvd-boxsets van The Simpsons. Het is alsof je aanschuift bij vrienden die met plezier terugdenken aan vroeger. Ik heb het commentaar bij Marge vs. the Monorail (een van de beste Simpsons-afleveringen ooit) even teruggezocht, waarin Conan O’Brien aanschuift bij onder anderen bedenker Matt Groening.
O’Brien schreef de aflevering, maar was inmiddels een gevierd talkshowhost². Hij krijgt de vraag of hij de schrijfkamer wel eens mist. “Jazeker”, zegt hij. “Ik heb al elf jaar geen bedorven vleeswaren meer gegeten. We verdienden allemaal best goed, maar we waren zo verheugd als er goor eten werd bezorgd.”
Hoe mooi zou het zijn als Disney+ dit audiocommentaar zou toevoegen? Majorana vraagt zich hardop af waarom streamingdiensten dit niet doen. Ik vind het een uitstekende vraag. Het antwoord is waarschijnlijk saai: een kwestie bij wie de rechten liggen.
Toch hoop ik dat audiocommentaren langzaam opkrabbelen uit de vergetelheid, want ze geven films en series meer verdieping. Het kan heel vermakelijk zijn of interessante inzichten geven in de filmindustrie. Ik ga de blu-ray van Boogie Nights toch maar eens opzoeken.
III.
Er is veel discussie over teksten schrijven met hulp van AI-modellen. Er zouden opiniestukken in de krant staan die met AI zijn geschreven, terwijl de schrijvers zelf dan weer zeggen dat dat niet klopt. Duidelijk is in elk geval dat we als mensen het verschil niet meer kunnen zien. En wat maakt het dan nog uit?
Deze week was in het nieuws dat Rob Jetten (en zijn partij D66) honderden socialemediaberichten met AI-modellen hebben geschreven. Het wordt pijnlijk als je bedenkt dat het gaat over excuses namens de Nederlandse regering aan de Molukse gemeenschap. Of als je emotionele woorden van Jetten leest na zijn bezoek aan kamp Westerbork. Die woorden kwamen dus gewoon uit de computer.
D66 zegt: nou en, er kijken nog mensen mee dus het is prima. “Volgens de partij zijn de posts op het profiel van Jetten wel degelijk persoonlijk, ook al zijn ze door een AI-model geschreven”, schrijft de Volkskrant. Daar gaat het natuurlijk al mis, want als je de computer gebruikt om jou een stem te geven, is die stem in de kern al niet meer van jou.
Ik ben blij dat er wordt gediscussieerd over schrijven met AI. Blogger Craig Mod liet zich er deze week toevallig ook over uit. En ik sluit me helemaal bij zijn woorden aan:
I like knowing a literary text comes from a person because I sense, in some way, that I could know the person or understand the mind that produced the text. There’s an implicit telepathic kinship in reading that seems to say: even the mind of an Einstein or a Dillard isn’t utterly unknowable; recognizing some piece of yourself in their work isn’t impossible. You might not get it all, but you’ll extract a sliver of something.
AI-generated text doesn’t have this knowability. It has legibility (sometimes), of course, but the source is unknown, there is no “mind,” and that’s what gives us the ick. At least me. I am icked out as soon as I see AI-generated text, not because of political or social concern (I see the world over-indexing on these things, missing the bigger AI issues), but because the value in the kind of reading I mostly do — “literary” or “poetic” or “useless” (that is: not a self-help or escapist kind of reading but literature-as-a-magic-microscope kind of reading, that sometimes helps the self, that often transports but doesn’t escape the mind) — depends explicitly on the human component. I am interested because a mind like mine (or not like mine, but made of the same gunk) created the text, has a point of view, and from that, you might: learn about yourself, or be delighted by a psychic closeness.
PS.
Nintendo heeft meer beelden laten zien van The Legend of Zelda: Ocarina of Time Remake. Ziet er geweldig uit. De game verschijnt op 5 november, twee weken voor GTA VI. Zo laat Nintendo zien niet bang te zijn voor Rockstar Games. (Tijdens de presentatie speelde een orkest overigens een Triforce Medley, met beelden die 40 jaar aan Zelda-games laten zien. Heel mooi.)
Luis Mendo publiceert op zijn website geïllustreerde verhalen over zijn leven. Na het eerste jaar bundelde hij zijn beste verhalen in een boek: Mundo Mendo, Book One. Een aanrader, ik schreef erover in nummer 143 van deze blog. Inmiddels zit het tweede jaar erop en volgt dus een nieuw boek. Nu vooruit te bestellen via zijn website.
Godzilla: Minus One is mijn favoriete Godzilla-film en aan het einde van dit jaar verschijnt het vervolg. Er is een nieuwe trailer die er weer lekker episch uitziet.
Nog een trailer, maar dan voor de film You Can See Everything. Ik zag deze beelden en kan sindsdien niet wachten. Dit wordt krankzinnig. Nathan Fielder (The Rehearsal) en Lance Oppenheim (The Whale) werden door Silicon Valley-megafraudeur Elizabeth Holmes uitgenodigd om een documentaire over haar te maken, ruim een maand voordat ze de gevangenis in moest. A24 schrijft erover: “What begins as an intimate portrait of an enigmatic felon becomes a mind-bending three-year journey into the abyss”.
Ik speel Onimusha: Way of the Sword, een actie-avonturengame van Capcom. Dit jaar heb ik tot nu toe van geen ander spel zoveel plezier gehad. Een bijdehante antiheld, geweldige bosses en heerlijke combat. Een game naar mijn hart.
Christian Swinehart bouwde de website Infinite Digest, een naslagwerk bij het boek Infinite Jest (of:* Eindeloos vertier*). Het is een work in progress. Tot nu toe heeft hij visuele weergaven gemaakt bij de chronologische plotlijnen van de personages en de verdeling van de (honderden) voetnoten.
Uitstekende review op het YouTube-kanaal van Skill Up, die haarfijn fileert hoe dit soort moderne AAA-games hun spelers niet meer serieus nemen. “Playing Marvel’s Wolverine is like bowling with the kids bumpers on, but the bumpers are so narrow that it’s impossible to score anything other than a strike. Oh, and the ball throws itself, too.”
Apple gaat zijn iPhones vouwen. Het goedkoopste model van de nieuwe iPhone Duo kost 2.339 euro. Mij iets te gortig. Ik keek de presentatie van de vouwtelefoon voor NU.nl en ik hoopte vooral dat Apple goed zou kunnen uitleggen wat je nou eigenlijk met een foldable moet. Ik ben nog steeds niet overtuigd.
