182. Mannen bouwen kastelen

Eisfischer am Wasserschloss (1886), Carl Hilgers

I.

Jon Ronson schreef boeken als The Psychopath Test en The Men Who Stare at Goats. In 2015 verscheen So You’ve Been Publicly Shamed, een geweldig boek over hoe mensen kapotgemaakt worden op het internet. De Britse journalist heeft veel gemeen met Louis Theroux. Allebei worden ze aangetrokken tot absurditeiten, waarna ze proberen te achterhalen welke mens er achter die absurditeit schuilgaat.

Het nieuwe boek van Ronson (zijn eerste in elf jaar) heet The Castle. Het begint met een bericht van zijn zoon Joel, dat Ronson opent zodra hij wakker wordt. Meegestuurd: een foto van een kasteel.

‘I honestly have no clue what is going on, read Joel’s second text. ‘This is very weird.’ And then his final text: We left. Was completely fucked. All good now.’

Joel was met wat vrienden uitgenodigd door de kasteelheer voor een feest. Maar toen ze aankwamen, bleek daar geen feest te zijn. De steenrijke kasteelheer Chris Mark bleek de jongeren te hebben uitgenodigd voor een zelfbedachte realityshow.

In het eerste deel van The Castle lees je hoe Ronson besluit naar het kasteel te gaan om verhaal te halen. Vervolgens valt hij (en jij als lezer ook) van de ene in de andere verbazing. Mark blijkt allerlei vrouwen naar zijn huis te lokken om daar als een Hugh Hefner-figuur te leven.

Na een ontmoeting bestookt Mark Ronson (niet de producer dus he) ineens met tientallen berichten. Die worden steeds dreigender van toon. Tot het moment dat hij semi-achteloos meldt dat hij twee beveiligers heeft, en toevallig veroordeelde moordenaars, die best even langs kunnen komen.

Ronsons bezoek aan het kasteel is het startschot om uit te zoeken waarom mannen met geld en macht de controle verliezen. Zo schrijft hij over een YouTuber die bekend werd met tuiniervideo’s, tot hij merkte dat hij met steeds gekkere filmpjes van zijn kinderen veel meer publiek kon trekken. Ook de gevallen acteur Armie Hammer komt nog even voorbij.

Een definitief antwoord komt er niet. Wel wordt duidelijk hoe sommige mannen hun eigen gat graven, terwijl anderen overal mee weg lijken te komen. De laatste groep is het gevaarlijkst. Zij sluiten zich op in hun eigen kasteel, waar ze hun eigen koninkrijk proberen vorm te geven.

II.

Ik heb wel wat Resident Evil-games gespeeld, maar aan de (matig beoordeelde) films heb ik me nooit gewaagd. De nieuwste Resident Evil-film die nu in de bioscopen draait, werd gemaakt door Zach Cregger. Tja, eindelijk een reden om te gaan, want hij maakte eerder de horrortoppers Barbarian en Weapons.

De nieuwe Resident Evil-film is een horrorcomedy. Het begint met koerier Bryan die naar een afgelegen stad in de bergen moet rijden om een belangrijke ziekenhuistas af te leveren. Dat heeft haast. Er kan wel een nier of een hart in zitten. Bryan kan levens redden. Winterbanden of niet, hij scheurt in het donker door de sneeuw naar zijn bestemming.

En dan steekt, in the middle of nowhere, plotseling een vrouw over die uit de bossen stapt. Bam. Op de motorkap. De koerier besluit de vrouw mee te nemen, al is er duidelijk iets mis met haar. En niet alleen omdat ze is aangereden.

Vanaf dat moment gebeuren er gekke dingen. Bryan treft een hond die tentakels spuugt en een boer die hem schuimbekkend aanvalt. Langzaam wordt het erger en erger, smeriger en smeriger. Want Cregger is niet bang om lekker veel bodyhorror in zijn film te stoppen. Onze hoofdpersoon zegt vooral dingen als: “What the fuck?!”, en geef hem maar eens ongelijk.

Resident Evil is een rechttoe rechtaan horrorfilm die niet vernieuwt, maar wel werkt. Ik genoot vooral van de gameverwijzingen en -logica. Bryan komt de hele tijd sloten tegen waar hij de sleutel niet van heeft (zoals in de Resident Evil-games) en is constant op zoek naar wapens en kogels. Er staat zelfs een typemachine in een kamer (in de game kun je daar opslaan).

De koerier loopt ook als een gamer door het verhaal heen, dat hem overigens in een soort levelstructuur in realtime van begint naar eind brengt. De ene keer slaat Bryan doodsangsten uit in een donker gangetje, maar als hij toevallig een monster door zijn kop schiet, keren de praatjes snel terug. Het gevoel dat je krijgt van Resident Evil spelen is goed gevangen, al valt hier meer te lachen. Genoeg te genieten dus, een prima begin van het Halloweenseizoen.

PS.

Dan Sinker schrijft over hoe kapot socialemediaplatforms zijn:

Mostly, it seems, we yell. We yell about the world, we yell about the *other* social sites, we yell about news stories we didn’t read, we yell about whatever sucker was unlucky enough to be that day’s main character, and we yell, mostly, at each other. We yell because we are mad *at all of this*. And we yell because we’re all trapped in a machine that was built, in part, to keep us yelling.

Zijn idee: wat als we daar eens mee stoppen?

We moeten vertragen, zeggen de makers van AI-systemen, want we gaan te hard. Ezra Klein reageert in The New York Times:

The language that’s taken hold in both Silicon Valley and Washington is a phrase these companies chose: Pace the frontier. But pacing the frontier isn’t enough. Walking quickly off a cliff is only marginally better than sprinting off one.

Ook de onvolprezen Thomas Heerma van Voss waagt zich aan een commentaar op AI. Hij las een uitspraak van Alexander Klöpping waarin hij beweert dat je straks lui bent als je géén AI gebruikt om te schrijven. Dat is een frame waar je in mee mag gaan, maar ik kies liever de woorden van Heerma van Voss:

“Na afloop van mijn bezoek aan [A.F.Th.] Van der Heijden herlas ik enkele van zijn romans, en meermaals stuitte ik op wat ik het wonder van goed schrijven noem: dat je in een verhaal tijdelijk een ander kan worden en jezelf kan terugzien.

En ook: dat je met schrijven maar ook met lezen een verhaal betreedt waarvan je nog niet weet hoe het afloopt, hoe het in elkaar zit, hoe het allemaal verder gaat.”

Brad Pitt keert terug als Cliff Booth, de stuntman uit Once Upon a Time in Hollywood. Het script is geschreven door Quentin Tarantino en de regie was in handen van David Fincher. Heel benieuwd.