183. Een stervende stem
%20kopie.jpg)
I.
In de podcast Schuilen in Schoonheid is Jan Mulder te gast. Het gaat even over Bob Dylan. Niet dat Mulder nou met nieuwe inzichten komt, maar ik ben blij dat hij de stem van Dylan nog even prijst. Zure recensenten die zeuren dat het ‘echt niet meer kan’, daar heeft Mulder niets mee. “Dát vind ik nou juist het mooiste”, zegt hij. “Die stervende stem.”
Verdomd, een stervende stem. Mooie beschrijving. Hoorbare vergankelijkheid. Dat is iets van deze tijd, wereldsterren die we tot hun dood kunnen volgen. Matthijs van Nieuwkerk begint over de laatste concerten van Charles Aznavour. “Niet meer om aan te horen, maar we namen onze hoed af. Bedankt meneer Aznavour, voor alles.”
Het was ooit ondenkbaar dat popsterren tot ver in hun tachtigste zouden blijven optreden. Muziekjournalist Lester Bangs beschreef The Rolling Stones in 1973 als “just a buncha old men… getting flaky”. Hij noemde Mick Jagger “tattered, old, used-up”. Terwijl de zanger net dertig jaar was geworden.
Laat die mensen lekker optreden. Laat ze ouder worden, laat hun stemmen veranderen. Laat ze zichzelf opnieuw uitvinden. Johnny Cash werd in 1986 na 28 jaar dienst door zijn label aan de kant geschoven omdat hij minder platen verkocht. Carrière in het slop, zo leek het. Tot hij met producer Rick Rubin een paar van de mooiste albums in zijn carrière maakte.
Leonard Cohen zag in 2004 hoe zijn manager miljoenen dollars van zijn rekening had gestolen terwijl hij in een klooster zat. Noodgedwongen moest hij (70 jaar oud) toen weer gaan optreden. Ik zag zijn concerten in het Olympisch Stadion in Amsterdam en Ahoy Rotterdam. Waanzinnig. Duizenden fans op audiëntie bij de grote Cohen.
Het is voor een deel de reden waarom ik over een paar weken ook weer in Antwerpen bij Bob Dylan zit. Omdat het bijzonder is om het nog te mogen meemaken. Omdat er niet zoveel kansen meer komen. Om (ja, toch echt) te genieten van zijn stem, zijn band. Hoe de liedjes nu weer klinken. Dat de stervende stem ineens weer beter klinkt dan twintig jaar geleden, is niet onmogelijk.
II.
Paulien Cornelisse schreef in haar laatste column op haar Pauliens over het woord ‘apegapen’. Heerlijk woord, klinkt inderdaad lekker. “Wat voor woorden geven datzelfde prettige gevoel als apegapen? Ik doezel een beetje verder weg en krijg er van diep in mijn brein twee voorgeschoteld: ginnegappen en lanterfanten.”
De 150 woorden van Cornelisse sloeg ik nooit over als de Volkskrant zaterdags op de mat viel. Ze verwonderde zich zo lekker over van alles en nog wat en had weinig ruimte nodig om daarover te vertellen. Ik herinner me een column over AI waarin ze schreef:
“Waar ik zelf inmiddels niet meer tegen kan, is dat AI steeds, middenin een betoog, zegt: ‘En eerlijk?’ Daarna komt er iets dat niet per se eerlijker is dan wat ervoor stond. Zodra een echt mens ‘en eerlijk?’ zegt, klinkt zij/hij/hen meteen als een robot.”
Typisch Cornelisse. Ze schreef vorig jaar tijdens de boekenweek het fijne essay Hèhè, waarin ze woorden uit de Nederlandse taal viert die we te pas en te onpas gebruiken, zonder dat we ons daarvan bewust zijn. Zoals ‘even’, ‘gewoon’ en ‘soms’. Die woorden maken het Nederlands ‘Nederlandser. Of, nog mooier beschreven, het zijn “die stukjes van de Nederlandse taal die zich in het volle zonlicht weten te verstoppen”. Van die woorden die een zin minder hard of een uitspraak eerlijker maken.
Ik ben blij dat Cornelisse zichzelf niet in het volle zonlicht verstopte, maar er middenin stond. Zodat we konden genieten van haar kijk op het alledaagse. Waardoor al het vanzelfsprekende weer bijzonder werd.
PS.
In de column van Ionica Smeets lees ik over de pizzapunt-emoji. Die zou te groot zijn voor een punt van één achtste deel, maar te klein voor één zesde deel.
Ik vroeg in een discussiegroep vol wiskundigen of zij de klacht over de emoji kenden. Niemand had er ooit op gelet, maar ze controleerden het gelijk. De hoek van de pizzapunt is ongeveer 48,7 graden. Met 360 graden van de hele pizza gedeeld door 48,7 graden per punt kom je inderdaad op 7,4 van zulke pizzapunten in één pizza. Wat was dit voor waanzin?
Alle vuurtorens ter wereld in kaart gebracht. En ze bewegen! (Via Kottke.org.)
Een avond over ironie in De Balie, naar aanleiding van het boek Eindeloos Vertier. Het is een wat stuurloos gesprek maar Gover Meit dropt wel een paar fijne waarheden:
“Je ziet het steeds aan het begin van een nieuw impuls in een popcultuur. Dat je heel even zo’n ‘crack’ hebt waar er een oprechtheid van makers is. En heel snel komt de industrie daar dan weer overheen. Dus die gaan dan allemaal jongens casten die doen alsof ze spontane vrienden zijn die challenges doen op YouTube. En dat is dan omdat het door ervaringsdeskundigen gemaakt wordt nog net iets succesvoller dan degene die het oprecht doet.”
Helemaal terugkijken kan hieronder.
Ik doe weer mee aan Inktober. Al laat ik de officiële promptlijst wederom voor wat-ie is. In plaats daarvan teken ik elke dag een schedel, deze is het resultaat van vrijdag. Aan het einde van de maand zal ik ze wel weer allemaal op een rij zetten.

