184. Het prikkeldraad van Lesbos

I.
Het nieuwe boek van Aimée de Jongh is uit: Samir. Over een jongetje dat met zijn gezin uit Syrië vlucht en terechtkomt in een vluchtelingenkamp op Lesbos, de wachtkamer van Europa, waar mensen soms maanden of jaren moeten wachten op de uitslag van hun asielaanvraag.
De Jongh bezocht een van de Griekse kampen in 2017. Journalisten mochten niet naar binnen, en camera’s al helemaal niet, maar enkele tekenaars wisten er wél binnen te komen. De Jongh maakte van haar bezoek een getekende reportage voor NRC. Sindsdien bleef het vluchtelingenkamp door haar hoofd spoken. De mensen die ze er ontmoette en hun verhalen vormden de basis voor Samir.
Afgelopen woensdag bezocht ik de boekpresentatie van Samir in Utrecht. Daar vertelde De Jongh over de totstandkoming van het boek en de indrukwekkende reizen die ze naar de kampen maakte. “Het is bizar dat er mensen achter prikkeldraad wonen in Europa, terwijl ze geen criminelen zijn en niets gedaan hebben, behalve dat ze asiel willen aanvragen. Wat iets is waar zij gewoon recht op hebben, waar wij ook allemaal recht op hebben.”
De Jongh laat een paneel uit het boek zien. “Ik wil jullie een ding vragen”, zegt ze. “Als je Samir leest, kijk dan ook goed naar alle achtergronden. Al het prikkeldraad dat je in het boek ziet, heb ik met de hand getekend. Elk mesje aan het draad is uniek. Ik doe niet aan dingen genereren, ook al is dat nu heel makkelijk met een druk op de knop te doen. Voor mij is een deel van het werk juist het handwerk en het maken van ieder detail. Dat gevoel, van hoe bizar het is dat we in Europa kinderen achter prikkeldraad hebben wonen, wordt voor mij heel erg versterkt door het daadwerkelijk tekenen van al dat prikkeldraad.”
Bij thuiskomst las ik het boek in een keer uit. Het is een ontroerend verhaal dat je met de neus op de feiten drukt. Dat begint al met een Amerikaans stel dat op Lesbos aankomt. De vrouw wil een filmpje maken van de prachtig blauwe zee. Ze pakt haar telefoon. “Oh ik kan beter even wachten tot we voorbij dat lelijke hek zijn…”, zegt ze.
Achter dat hek kijkt Samir hen aan. De toeristen zijn ondertussen doorgereden en hebben weer een piekfijn vrij uitzicht. “Ah”, smult de vrouw. “Dit is Europa!”
II.
Ik las dit megaprofiel over Mark Zuckerberg op Colossus. Schrijver Jeremy Stern legt het leven van de Facebook-oprichter naast dat van zijn grote voorbeeld: de Romeinse keizer Augustus. Leuke vondst. Zuckerberg komt er over het algemeen nog genadig vanaf in het artikel, hoewel ik tussen de regels door het nodige cynisme lees. Of lees ík dat er in? Het profiel is hoe dan ook een tip.
Dat komt deels omdat Stern gewoon lekker schrijft en zichzelf deel maakt van het verhaal. Met humor:
While we wait for the interview to begin, the press handler I’d known from Menlo Park says hello and introduces me to a woman seated in front of me, who turns around laboriously.
“This is Vanessa Friedman, as you know chief fashion critic of The New York Times,” she says. “Vanessa, this is Jeremy Stern from Colossus.”
We shake hands, and Friedman nods and smiles at me with the polite confusion and quiet pain of the Queen being introduced to a plumber.
Dit soort momenten ken je als je in de journalistiek werkt. Door het verslag dacht ik aan mijn eigen ervaringen. Ik heb Zuckerberg nooit gesproken, maar heb hem wel eens een vraag gesteld tijdens een videogesprek dat Meta voor journalisten had georganiseerd. Vragen moesten via een chatvenster ingediend worden, zodat het PR-team ze kon wegmoffelen.
Ik ben één keer fysiek in dezelfde ruimte geweest als Zuckerberg. Dat was in 2018, bij de opening van Facebooks ontwikkelaarsconferentie F8. Het was mijn eerste reis naar de Verenigde Staten. Ik werd solo op pad gestuurd. Met een budgetmaatschappij maakten we onderweg naar San Francisco een overstap in IJsland. Ik weet dat nog omdat ik naast een meereizende piloot zat die tijdens de landing toch ietwat zenuwachtig zei: “Poeh, dit zou ik zelf nooit zo doen”.
Gelukkig heb ik geen vliegangst.
Het was een spannend jaar om naar Facebook te gaan, want het bedrijf navigeerde door een grote crisis. In de maanden ervoor kwam het Cambridge Analytica-schandaal aan het licht. Gegevens van 87 miljoen Facebook-gebruikers werden zonder toestemming verzameld om er gedetailleerde advertentieprofielen van te maken. De kranten stonden er vol mee.
“Welkom op F8”, zei Zuckerberg toen hij onder luid applaus het podium op kwam lopen. De zaal met Facebook-ontwikkelaars lachte toen hun keizer vervolgde: “Dit was een intens jaar! Ik kan niet geloven dat we nog maar vier maanden onderweg zijn!”¹
Ik schoof aan bij allerlei panels over veiligheid en privacy waarin Facebook beterschap beloofde. Verder weet ik vrij weinig meer van de reis. Op NU.nl las ik een paar artikelen terug die ik destijds maakte. Een ervan heeft de titel ‘Facebook wil alle privacyschandalen achter zich laten’.
Het artikel eindigt met de zin: “Hoe dat uitpakt en of Facebook daarmee weer aan vertrouwen wint, moeten de komende maanden en jaren uitwijzen”.
Beetje een dooddoener als afsluiter, maar goed. Inmiddels kennen we het antwoord. Schandalen rondom Meta zijn er nog legio, maar nog altijd is bijna de helft van de mensheid op de apps van het bedrijf te vinden (ik ook).
Het profiel van Colossus maakt duidelijk dat Zuckerberg zelf voorlopig ook op zijn troon blijft zitten. Hij vindt het gewoon leuk om dingen te bouwen, zegt zijn vrouw Priscilla Chan tegen Stern.
En blijkbaar kan Zuckerberg het ook niet hebben dat zijn apps nog altijd afhankelijk zijn van de systemen van Google en Apple. Vandaar zijn pogingen om écht aan de basis te staan van een technologie waar niemand omheen kan. Zuckerberg probeerde het met virtual reality. Dat mislukte. De pijlen zijn nu gericht op kunstmatige intelligentie. Stern schrijft:
If AI commoditizes, then Anthropic and OpenAI go to zero, and value accrues instead at the complements Meta already dominates, like distribution, attention, personalization, and commerce. If it doesn’t commoditize, then at least he is not his competitors’ prisoner the way he’s been with Apple, and all he has to do is remain within six months of the frontier, which he’s already close to. Heads, he wins; tails, he wins.
En wat winnen wij?
PS.
Rolling Stone zet Thom Yorke en Harry Styles tegenover elkaar. Het levert een openhartig gesprek op over creativiteit tussen twee zoekende zielen, van wie de één iets meer berusting heeft gevonden dan de ander.
David Friedman deelt op zijn heerlijke blog Ironic Sans een verzameling schilderijen van vermoeide vrouwen (en een paar mannen).
Genoten van schrijver P.F. Thomése in de podcast Nooit meer slapen. Hij vertelt onder meer over zijn moeizame relatie met de ik-persoon.
Er is niks zo leugenachtig als de eerste persoon enkelvoud in de literatuur. Want zodra je ‘ik’ schrijft, heb je een personage gecreëerd dat buiten jou om gaat handelen en gaat optreden. En dan begint het gelieg en gedraai en gemanipuleer.
Later komen ook nog onderwerpen als kunstmatige intelligentie aan bod. Daarvoor moet je de aflevering maar luisteren.
Jon Stewart maakte een speciale aflevering van The Daily Show over kunstmatige intelligentie. In twintig minuten sloopt hij de huidige AI-industrie. “So… in the future, we will use AI to cure diseases. But right now, it’s mostly murder, surveillance and surge pricing for the McRib. What a trade… I’m getting the sense you guys might be full of shit.” Daarna gaat hij in gesprek met Jacob Coxon, een AI-onderzoeker die recent ontslag nam bij Anthropic. Ik zou allebei de video’s kijken.
Bill Murray maakt een miniserie/reisdocumentaire over Ierland. Hij gaat daar op zoek naar zijn Ierse roots terwijl hij ballen slaat op de golfbanen. Geen idee of daar nog shotguns aan te pas komen.
Het hele weekend ligt het warmrode vinyl met de naam Live at Carnegie Hall van Cameron Winter al op mijn platenspeler. Ik las in een Engelstalige review het woord stunning. Dat is het perfecte woord voor deze plaat. Het album staat ook op de streamingdiensten.
Oasis: Don’t Look Back in Anger staat sinds deze week op Disney+ en ik eindig deze blog graag met een goedbedoeld advies van de poëet Liam Gallagher.
You ain’t gonna get through this fucking life,
By not making mistakes,
Because we’re not fucking robots.Do you know what I mean?
So,
Go out.
Have fun.
Get up in the morning.
Do your fucking day’s graft.
Don’t be a cunt.Do you know what I mean?
And if you’re gonna be a cunt,
be a funny cunt.Live your life and
Have a good fucking time and
Try not to listen to the fucking
Doom gloomers,
Like politicians and that.Do you know what I mean?
Go and do your graft,
Fucking sort people out,
Help.. you know, and that…
And that’s what life’s all about.
