168. Langs de Fishermen's Trail

Het is goed opletten, maar soms zie je ze staan: de vissers aan de Portugese westkust. Ver van de paden, zo klein dat ze bijna opgaan in het landschap, bovenop puntige kliffen, terwijl wilde golven om hen heen tegen de rotsen slaan.
De vis moet wel heel goed smaken, wil je je leven ervoor wagen.
Samen met mijn vriendin wandel ik een deel van de Fishermen’s Trail, die langs de kustlijn van de Algarve loopt, over oude paden die lokale vissers (nog steeds) gebruiken. Uiteindelijk pakken we de vier etappes die de meeste mensen lopen: Porto Covo ⭢ Vila Nova de Milfontes (18,5 km) ⭢ Almograve (14 km) ⭢ Zambujeira do Mar (21 km) ⭢ Odeceixe (19 km).

Hoeveel ruige kliffen ik ook zie, ze vervelen me geen moment.
Omdat we van noord naar zuid lopen, houden we de Atlantische Oceaan steeds aan onze rechterkant. Verdwalen is wat dat betreft bijna onmogelijk en dan is het pad ook nog eens uitstekend gemarkeerd met groene en blauwe strepen. Op de momenten dat we de kust verlaten en landinwaarts gaan, komen we door bossen en over landelijke grindpaden. Daar zit wel eens een saaier stuk bij, maar als dan het geluid van de golven weer aanzwelt en je de oceaan bereikt, vergeet je dat meteen.

Onze eerste etappe is meteen de zwaarste. Het belooft die dag warm te worden, dus we vertrekken vroeg. We begroeten de eerste wandelaar die ons in tegengestelde richting tegemoet komt. Een halve minuut later horen we een paar schreeuwen die door merg en been gaan.
We snellen ons terug en zien diezelfde wandelaar liggen. Hij is uitgegleden op een stel venijnige stenen langs het water en ziet lijkbleek. Er komt nauwelijks een woord uit, maar duidelijk is dat hij vreselijke pijn aan zijn arm heeft. Met moeite krijgen we hem naar het dorpje dat we net hebben verlaten, terwijl we op de hulpdiensten wachten.
“Dat is sowieso gebroken”, kermt de wandelaar nog als de ambulancemedewerkers helpen zijn rugzak af te doen. Ik zal de details besparen van wat de jongen zegt te voelen, want dat is geen fraai verhaal. Dagen later krijgen we het bericht dat zijn arm inderdaad in een paar stukken is gebroken. Dat wordt een operatie.

Na deze valse start (en voor de wandelaar een dramatisch einde van zijn eerste solo-hike) vervolgen we onze weg. Zelfs de waanzinnige omgeving lukt het niet meteen om onze gedachten te verzetten (ik kan de schreeuw terwijl ik dit een week later typ nog horen), maar uiteindelijk genieten we van de omgeving en de hike.
Het is inderdaad een warme dag, maar de wind langs de kust maakt de wandeling draaglijk. Minder prettig is het mulle zand waar we kilometerslang doorheen moeten ploegen. Met elke stap zak ik weg en tempo maken is onmogelijk. Rustig aan dan maar. We hebben ook geen haast. Dat is het mooie van deze hikes: je hebt elke dag maar één doel en dat is veilig het volgende dorp bereiken. Dat lukt ook op een laag tempo.
Toch ben ik blij dat alleen de eerste etappe uit veel los zand bestaat. De dagen erna voelen daardoor een stuk gemakkelijker, al blijft het soms ploeteren geblazen.
De tweede dag richting Almograve is slechts 14 kilometer (omdat we er 4 km afsnoepen dankzij een oversteek met de ferry). Het is een heerlijke hersteldag zodat we daarna weer met frisse moed 21 kilometer kunnen lopen.


Ondertussen zien we steeds weer die vissers. Ze zitten op de meest onmogelijke plekken. Op rotsen die omgeven lijken door water. En op kleine plateautjes aan wanden waarvan ik me niet eens kan voorstellen hoe ze daar ooit nog vandaan komen.
Online kan ik weinig over de waaghalzen vinden. Behalve dat ze waarschijnlijk touwen en speciale kleding gebruiken om langs de kliffen af te dalen. De vissers moeten deze omgeving wel op hun duimen kennen, anders is dit gekkenwerk. We zien vaak borden staan waarop wandelaars gewaarschuwd worden voor instabiele kliffen, terwijl we verderop doodleuk mannen zien staan vissen.
Eén keer nemen we zelf iets meer risico. Op een taps toelopende rots kunnen we redelijk dichtbij een ooievaarsnest komen. Ooievaars zitten hier veel langs de kust. Ze bouwen hun nesten op de prachtigste plekken: op de eenzame rotsblokken die als een arm uit het water steken en in hun handpalm het grote nest van de ooievaars vasthouden.


Op die smalle klif voelen we de wind harder dan normaal. Ik neem mijn vissershoed af (ik loop er in Portugal bij als ik naar een concert van Oasis ga - and so fokking what mate) voordat hij afwaait. Het is de moeite waard: iets verderop zit een ooievaar rustig in zijn nest met twee kuikens.
Sommige wandelaars zien de talloze zwaluwen die langs de kust en in de dorpjes vliegen als het symbool van deze trail. Maar voor mij zijn het absoluut de ooievaars. Ze zitten vaak op hun nesten, maar je ziet ze ook regelmatig door de lucht zweven. Met die oranje, puntige snavels op hun zwartwitte lijven en hun rafelige vleugels die vingers lijken te hebben.
Van alle foto’s die ik langs deze trail heb gemaakt, denk ik dat de helft van ooievaarsnesten is. Ik krijg er geen genoeg van. Het is mooi om te zien hoe de vogels in alle rust hun kroost grootbrengen langs de gevaarlijkst voorstelbare kliffen. Misschien vormen daarom die vissers zo’n mooi beeld: zij die rustig een hengeltje uitslaan terwijl de golven hen met één verkeerde beweging te pletter kunnen slaan.
De mooiste route van de Fishermen’s Trail is wat mij betreft die van Zambujeira naar Odeceixe. De afwisseling van kustlijn en bossen is tijdens deze tocht mooi in balans. De hike is ook net wat technischer, met steile klimmetjes en afdalingen. Toch kan ik deze trail iedereen wel aanraden. Niet moeilijk en je kijkt je ogen uit.



Je las blog №168, geschreven in de week van 25 tot en met 31 mei 2026. Abonneer je op mijn nieuwsbrief en je ontvangt ‘m elke zondag gratis in je mailbox.
